| Smokkeltijden herleven 20 scouts uit Nederland hebben op zaterdag 3 oktober jl. zelf kunnen ervaren hoe zwaar en spannend dat was, smokkelen. Gelukkig hoefden zij niet te vrezen voor hun leven, zoals ‘in het echt’ in de jaren rond de twee wereldoorlogen wel het geval was. Maar wel hoe het is om met al je smokkelwaren in café Trapke Op te zitten als er ineens een flik binnenkomt. Een echte, die koffie, bloem en boter in beslag begon te nemen. Die persoonlijke bagage begon te doorsnuffelen. Een aantal smokkelaars was al heel slim geweest, zij hadden koffie in de kraag van hun jas gegoten, of suiker in hun bidon. Er waren dames die gesmokkelde kousen op een plaats stopten waar meestal ‘niet aankomen’ bij hoort. Kortom, er gebeurde iets wonderlijks met ‘de smokkelaars’. Ze begonnen te liegen, ‘Nee, nee, wij hebben geen smokkelwaar’, spullen onder de nabijgelegen tafels te schuiven, en, toen oom agent weer weg was, spullen uit elkaars smokkeltassen te stelen. Ze stonden er naderhand zelf van te kijken! En toen waren ze nog maar in Nederland! Want Louis van Staay stond hen op te wachten toen de Brabantse flik verdwenen was. Samen met smokkelaar Leentje nam hij de groep mee over de oeroude smokkelpaden, België in. Daar kwamen ze af en toe Sjefke tegen, ook een smokkelaar. Het was al schemerig toen zij het verhaal van Klaveren Vrouwke en de strontpaal hoorden, bijna geheel donker toen zij in Hoek City in Essen frikadellen met krieken aten, en stikdonker toen zij daarna in een val van de Belgische douane liepen. Zo vreselijk schrokken ze, toen in het donker ineens twee douaniers uit de bosjes kwamen! In drie groepen stoven ze uiteen. Nietsvermoedend had een groep smokkelaars een grote zak met hooi meegenomen, waar bij controle toch stiekem tabak in zat. Het was aan Louis te danken dat zij niet gelijk het cachot in belandden, want hij wist douanier Johan naar goed gebruik te paaien. Bij het College moesten de smokkelaars vervolgens hun waar afrekenen, en de buit viel nog niet tegen. Hoewel, de smokkelaar die hen in oud Belgisch geld betaalde gaf geen franc voor de onderweg meegenomen maïskolven, suikerklontjes uit het café, bierdoppen en andere ‘spontane’ smokkelwaar die waren meegenomen. Stikmoe waren ze uiteindelijk ’s avonds om tien uur, de Hollandse smokkelaars, maar héél voldaan over de ervaringen die ze in Essen en omgeving hadden opgedaan. Als laatste liet Louis ze bij het Karrenmuseum zien hoe ‘den draad’ er vroeger heeft uitgezien. Zo bracht hij deze zaterdagmiddag en -avond dit stuk geschiedenis tussen Nederland en België tot leven voor deze Randstad- Hollanders. Ze zijn er nog stil van. De commissie |